Branch per ticket: zo weet je altijd waar de code staat
Een bug komt terug en niemand weet meer in welke branch de fix zat. Een klant vraagt of zijn wens al live staat, en je zoekt tien minuten in Git. Met een paar vaste afspraken over branches en commits is dat verleden tijd. Zo richt je het in.

1.Eén ticket, één branch
Begin elk stuk werk vanuit een ticket. Is het werk te groot voor één branch, dan is het ticket te groot: splits het op in subtaken met elk een eigen nummer. Zo blijft een pull request klein genoeg om goed te reviewen.
2.Het ticketnummer in de branchnaam
Spreek een vaste vorm af, zoals feature/ASUP-12-korte-omschrijving of fix/ASUP-14-ideal-callback. Het voorvoegsel zegt wat voor werk het is, het nummer zegt bij welk ticket het hoort. Tools die het nummer herkennen, kunnen de branch dan automatisch koppelen.
3.Het nummer in elke commit
Zet het ticketnummer vooraan in je commitbericht: ASUP-12 inlogformulier valideren. Ook als een commit later in een andere branch belandt, zie je bij welk ticket hij hoort. Met smart commits werk je meteen het ticket bij, bijvoorbeeld met #time 45m of #review.
4.Pull requests werken het ticket bij
Laat een geopende pull request het ticket op In Review zetten, en een merge de branch op gemerged. Dan klopt de status op het bord zonder dat iemand eraan hoeft te denken.
5.Controleer het in je review
Neem in je reviewafspraken op dat het ticketnummer in de branch en de commits staat. Een pull request zonder ticket gaat terug. Na een paar weken doet iedereen het vanzelf.
Samengevat
- Eén ticket, één branch
- Het ticketnummer in de branchnaam
- Het nummer in elke commit
- Pull requests werken het ticket bij
- Controleer het in je review